Thea Hilhorst: Hoe lang laat je vluchtelingen dobberen?

Hoogleraar humanitaire hulp Thea Hilhorst vraagt zich af of Nederland doorslaat in haar angst voor precedentwerking.

Vorige week werd de komkommertijd van de eerste week van januari ineens opgevuld met het verhaal van Rahaf. Op de vlucht voor haar familie in Saoedi Arabië wist zij de hele wereld te alarmeren vanuit haar hotelkamer in Bangkok. De Thaise autoriteiten wilden haar niet toelaten maar besloten binnen een dag – in antwoord op smeekbeden in de media – haar toch het land in te laten en als vluchteling te behandelen.

Ik vraag me af hoe het Rahaf zou zijn vergaan als ze op Schiphol in een hotelkamer zat? Zou de Nederlandse regering haar binnen laten na een aanvankelijk nee? Terwijl Rahaf even wereldnieuws werd, zaten 49 vluchtelingen al meer dan twee weken vast op het schip Sea Watch dat nergens mocht aanmeren. Als ik hun verhalen las in de krant – de een gevlucht van de oorlog in Zuid Soedan, de ander in Libië tot slaaf gemaakt en ontsnapt en ga maar door – is er genoeg aanleiding om de verhalen te toetsen in een asielprocedure.

Sea Watch vaart onder Nederlandse vlag, maar Nederland wilde per se de last verdelen en heeft net zo lang gezocht tot de mensen over meerdere Europese landen verdeeld konden worden. Ondertussen dobberden zij op zee, met lange uren van stormachtig weer opgepropt in het ruim van het schip.

Hulp bij de buren zoek je normaal als je een probleem niet meer aankan. Nederland heeft alle faciliteiten om een kleine 50 procedures te verwerken. Zijn we zo in de greep van angst voor precedentwerking dat we daarvoor eerst gaan steggelen met heel Europa?

Ik ben bang dat Rahaf pas in Nederland zou mogen als de rest van Europa haar ook een maand per jaar zou willen hebben.

De Sublime Columns: maandag t/m vrijdag om 12.30: experts uit alle hoeken van de samenleving met een frisse kijk op de wereld.

Bericht achterlaten