“In 2030 is het leven in de stad mobieler, groener en schoner”

De Smart Mobility-week bij Sublime draait om de vraag: hoe bewegen we ons in 2030 van A naar B. Mobiliteitsexpert Erik van der Kooij van APPM werpt een blik op de toekomst en schetst de uitdagingen waar we voor staan.

Onze boodschappen worden in de nabije toekomst met drones gebracht, de auto als bezit is straks achterhaald, net als benzine en diesel. We worden in het nieuws om de oren geslagen met de nieuwste snufjes op het gebied van mobiliteit. Maar wat gaat het in de praktijk voor jou betekenen? En waarom is het zo’n belangrijk onderwerp voor gemeentes en steden?

“Driekwart van de wereldbevolking woont in 2050 in een stad”, zegt Erik van der Kooij, senior-adviseur mobiliteit bij APPM. “Ook in Nederland zie je deze ontwikkeling. Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag groeien fors. Daar gebeurt het, daar zit veel interessante werkgelegenheid en daar willen vooral jongeren naartoe. De druk op de bereikbaarheid neemt toe en daarom moeten we de manier waarop we ons verplaatsen, veranderen.”

Volgens Erik draait het niet per se om hoe we ons in 2030 verplaatsen, maar om de bredere thema’s die erachter liggen: “Hoe kan mobiliteit bijdragen aan een gezonde samenleving, waarin we voldoende beweging krijgen, schone lucht inademen, sociaal verbonden zijn en kunnen bouwen aan een gezonde en concurrerende economie?”

En? Hoe kan mobiliteit daaraan bijdragen?
“Het klinkt tegenstrijdig, maar er moet in eerste instantie minder ruimte komen voor mobiliteit, dus minder parkeerplaatsen en wegen en meer leefruimte. Neem Rotterdam; zij groeit tot 2035 met 85.000 inwoners die zich dagelijks in de stad en deels ook naar het centrum willen verplaatsen. Daar is leefruimte voor nodig. Daarom hamert iedereen op deelmobiliteit. Op de plek van een stilstaande auto, kunnen ook tien fietsen staan, of groen of een voetpad. En een deelfiets die 5 keer per dag gebruikt wordt, scheelt weer parkeerplek voor vier fietsen. De Coolsingel wordt hier al op ingericht; daar zijn geen parkeerplaatsen meer, maar wel ruimte voor de (deel)fiets, voetgangers en groen.”

Dus je moet afscheid nemen van autobezit als je in een stad wilt wonen?
“Dat begint wel een beetje een voorwaarde te worden in de centra van onze steden, ja. Het is hierbij cruciaal dat je inwoners een volwaardig alternatief kunt bieden. Zo ver zijn we nog niet, maar daar wordt hard aan gewerkt. Het is een kwestie van tijd tot al het deelvervoer en OV wordt gebundeld in een slimme app die je adviseert welk vervoersmiddel je op ieder moment het beste kunt nemen. Het OV en deelvervoer moeten fijnmaziger worden. Je kunt stellen dat de centra het domein zijn van de voetganger en fietsers, als je verder van het centrum bent, speelt de auto een grotere rol. De metro kan als ruggengraat dienen voor grote vervoersstromen. Steden geven steeds meer invulling aan deze mobiliteitstransitie. Ook gaan steden steeds slimmer worden. Als je je toch verplaatst per auto of bestelbusje, dan hoef je dankzij technologie niet lang meer te zoeken naar een parkeerplaats. En je krijgt steeds meer pick-up-points, in plaats van concurrerende bedrijfjes die pakketjes bezorgen.”

En wat krijg je als inwoner daarvoor terug?
Je zult merken de lucht schoner gaat worden en je omgeving groener. Een mooi voorbeeld hiervan is de Frans Halsbuurt in Amsterdam. Daar worden alle straten autoluw ingericht. Na enige gewenning willen bewoners niet anders meer. Dankzij een ondergrondse garage, komt de ruimte van parkeerplekken vrij voor meer groen, speelruimte en andere voorzieningen waar bewoners behoefte aan hebben.

Gaan wijken die kampen met zogenoemde “vervoersarmoede” ook profiteren van al deze spannende plannen?
“Ik ben erg blij dat je dit vraagt, want wat mij betreft wordt er nog veel te weinig aandacht besteed aan dit onderwerp, ook op beleidsniveau. Iedereen heeft recht op mobiliteit, maar het is nu nog te veel gericht op de beter opgeleide Nederlander met een goede baan. Grote delen van de samenleving (schattingen lopen uiteen van 5 tot 10% van de bevolking) kunnen zich de bestaande en nieuwe vormen van mobiliteit niet permitteren. In gezinnen waar armoede heerst, drukken woonlasten zwaar op het budget, waardoor er soms te weinig geld is voor veel dagelijkse zaken, zoals mobiliteit. We moeten onze ogen niet sluiten voor de gezinnen die niet beschikken over een OV-chipkaart of fiets, of zelfs niet fietsen. Mensen met een laag inkomen wonen ook nog eens verder van het centrum af, waardoor ze met hogere reiskosten kampen. Een goed voorbeeld hiervan is Parijs, waar rijken lopen naar werk en armen een uur met de metro of tram moeten reizen. Het niet hebben van vervoersmiddelen beperkt je actieradius en je mogelijkheden om je te ontwikkelen. Vervoersarmoede creëert dus een negatieve spiraal. Dus nee, mensen met lage inkomens profiteren nog niet genoeg van vernieuwde mobiliteitsopties.”

Wat zijn mogelijke oplossingen voor vervoersarmoede?
“Eigenlijk zou je net als een voedselbank, ook een mobiliteitsbank moeten hebben. Dus een OV-chipkaart voor mensen met een laag inkomen. Gelukkig zijn ze in Amsterdam al aan het experimenteren met gratis openbaar vervoer voor armere inwoners of gratis openbaar vervoer voor kinderen tot 12 jaar op woensdagmiddag en op zaterdag. Ook een goede optie is om het prijssysteem aan te pakken. Laat de kosten van het aantal reiskilometers minder snel oplopen. Zo worden inwoners die verder van het centrum van een stad wonen, niet opgezadeld met extra reiskosten.”

Wat is voor jou nu de ideale stad op het gebied van mobiliteit?
“Die bestaat wat mij betreft (nog) niet. Er zijn wel steden waarvan ik bepaalde aspecten heel mooi geregeld vindt. Zo hebben Aziatische steden hoge dichtheden door de vele hoogbouw, waardoor een enorme frequentie van metro’s mogelijk is en bovengronds meer ruimte is voor leefkwaliteit. Europese steden lopen weer voorop in autovrije zones. Groningen is hier bijvoorbeeld heel goed mee bezig. Franse steden hebben weer een prachtig metro- en tramsysteem. In Nederland is het gebruik van ons stedelijke openbaar vervoer lager, maar wij hebben een uniek fietssysteem waar andere landen weer erg jaloers op zijn. Dat vele fietsen in Nederland drukt het gebruik van het openbaar vervoer. Zo kun je van iedere stad weer wat leren.”

Bericht achterlaten