Rachel van de Pol: “Dank je wel jaloezie dat je Amos Lee naar voren schoof”

Schrijver Rachel van de Pol is naar een concert van singer-songwriter Amos Lee geweest en heeft nu een kleine crush.

Daar stond je dan. Alleen met je gitaar voor een tot de nok toe gevuld Paradiso. Amos Lee. Wat een artiest. Zonder lenige dansers, lasershow of videoschermen van tien hoog, hingen we anderhalf uur aan je lippen.

Natuurlijk zei je dat Amsterdam je favoriete plek was om op te treden. En dat wij, dus ook ik, zo mogelijk nog leuker waren dan het publiek van gister. En natuurlijk geloofde ik dat. Ik lachte net iets te hard om je grappen die je alleen vanavond, spontaan, voor ons uit je mouw schudde. Je droeg net als ik een zwarte hoed, en ik geloofde dat dit een teken van onze verbondenheid was.

Dat is wat echte artiesten met je doen. Ze snoeren cynisme de mond en laten je janken en lachen in een nummer.

Amos, ja, we zitten al op een first name basis, vertelde dat hij voor zijn carrière als singer-songwriter, een jaloerse bassist was. In zijn eigen woorden: “I was a shitty bassplayer who wanted to be a singer. So i got fired.” Ik vond dat een hilarisch beeld. Een bassist die om die om de haverklap naar voren hopt om de microfoon van de zanger te kidnappen.

Jaloezie zien we vaak als een lelijk groen monster. Maar als we de moed hebben om aan te horen wat dit monster te zeggen heeft, kan het best een zinnige raadgever zijn. Ja, natuurlijk moet je ook bereid zijn het werk te doen wat ervoor nodig is. Maar als dat het geval is, kan jaloezie, hele mooie dingen voortbrengen. Zoals Amos Lee, die dankzij zijn groene monster mij betovert met zijn plek in de spotlights.

De Sublime columns hoor je maandag t/m vrijdag om 12.30! Experts uit alle hoeken van de samenleving met een frisse kijk op de wereld.

Bericht achterlaten